Daimler Truck CEO Achim Puchert: ‘We moeten blijven investeren, maar ook competitief blijven’

Daimler Truck CEO Achim Puchert: ‘We moeten blijven investeren, maar ook competitief blijven’ featured image

Achim Puchert staat tijdens de IAA Transportation voor een dubbele uitdaging: zijn eerste beurs als CEO van Mercedes-Benz Trucks én de viering van 130 jaar truckgeschiedenis. Genoeg reden om terug te kijken, maar Puchert kijkt vooral vooruit. Naar elektrische trucks, waterstof, diesel, defensie en vooral naar de vraag hoe de Europese transportsector de energietransitie moet betalen. “We hebben ons huiswerk gedaan met de producten. Nu moeten de randvoorwaarden volgen.” Florian Engel ging voor TTM.nl met Achim Puchert in gesprek tijdens IAA Transportation.

De IAA is een van de belangrijkste momenten van het jaar. Wat kunnen we van Mercedes-Benz Trucks verwachten?

“Voor mij wordt dit een heel bijzondere IAA, omdat het mijn eerste beurs is als CEO van Mercedes-Benz Trucks. Tegelijkertijd vieren we het 130 jarig bestaan van de vrachtauto. Sinds Gottlieb Daimler de eerste truck uitvond, wordt onze industrie gekenmerkt door innovaties voor onze klanten. Er is een industrie ontstaan die de wereld in beweging houdt en nog altijd de ruggengraat van onze samenleving vormt. Op de IAA kijken we daarom niet alleen terug. We kijken vooral vooruit en laten zien met welke innovaties we het transport verder willen brengen.”

Een belangrijk onderdeel daarvan is elektrisch rijden. Wat staat er op dat gebied te gebeuren?

“We breiden ons batterij-elektrische portfolio verder uit. Een belangrijk nieuw model is de eActros Lowliner. Daarmee vullen we een belangrijke leemte in ons programma. De truck is gebaseerd op de technologie van de eActros 600 en beschikt onder meer over LFP-batterijen, onze eigen elektrische aandrijfas, een 800-voltarchitectuur en de Multimedia Cockpit Interactive 2. De eActros Lowliner moet vanaf het derde kwartaal van dit jaar te bestellen zijn. De productie start volgens planning in het tweede kwartaal van 2027. Ik heb de IAA-trucks al in onze fabriek gezien en ze zien er echt goed uit.”

U noemt elektrische mobiliteit nadrukkelijk als een technologie voor dagelijks gebruik. Hoe belangrijk is het om dat ook daadwerkelijk te bewijzen?

“Heel belangrijk. Tobias Wagner rijdt momenteel met een speciaal omgebouwde eActros 600 de wereld rond. Hij maakt daarbij ongeveer tachtig laadstops en wil laten zien dat elektrisch rijden ook onder veeleisende omstandigheden werkt. Als ‘Electric Trucker’ is hij niet alleen een geloofwaardige ambassadeur voor elektrische mobiliteit, maar ook een kritische stem als het gaat om productkwaliteit en prestaties. Daarom vind ik het interessant dat hij de truck daadwerkelijk onder zulke omstandigheden test.”

Wat onderscheidt de eActros technisch van de concurrentie?

“Een belangrijke factor is onze elektrische aandrijfas. De ontwikkeling daarvan heeft misschien wat langer geduurd, maar de integratie van aandrijfas, batterij en voertuig als geheel betaalt zich uit. Daardoor kunnen we ons onderscheiden op het gebied van efficiëntie en betrouwbaarheid. Dat zien we ook terug in de markt. Mercedes-Benz Trucks is nog altijd marktleider in het Europese batterij-elektrische segment.”

Maar batterij-elektrisch is niet het enige paard waarop Mercedes-Benz Trucks wedt.

“Nee. Batterij-elektrisch alleen zal niet voor iedere toepassing voldoende zijn. Naast elektriciteit hebben we op langere termijn een tweede energiedrager nodig om transport verder te verduurzamen. Daarom ontwikkelen we ook onze brandstofceltechnologie verder. De volgende generatie waterstoftrucks wordt momenteel voorbereid. Vanaf eind 2026 willen we een testvloot van ongeveer honderd trucks aan klanten overdragen. Daarmee gaan we onder realistische omstandigheden kijken wat de technologie in de praktijk kan. De brandstofcel komt van cellcentric, onze joint venture met Volvo, waar ook Toyota bij zal aansluiten. Samen met klanten zoals Dachser willen we onder meer onderzoeken wat actieradiussen van meer dan 1.000 kilometer in de dagelijkse praktijk betekenen. Daarnaast onderzoeken we waterstof als brandstof voor verbrandingsmotoren, de zogenoemde H₂ ICE. Beide technologieën kunnen elkaar goed aanvullen. Op dit gebied werken we samen met Keyou.”

En de dieselmotor? Is die bij Mercedes-Benz Trucks op termijn nog steeds onderdeel van de strategie?

“Absoluut. Diesel blijft wereldwijd belangrijk. In veel markten zijn de voorwaarden voor een snelle overgang naar zero-emission aandrijvingen simpelweg nog niet aanwezig. Bovendien ontwikkelen markten zich politiek en economisch verschillend. Kijk bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten. Daarom presenteren we op de IAA ook een nieuwe diesel-aandrijflijn. Die wordt efficiënter, verbruikt minder brandstof en levert betere prestaties. We hadden oorspronkelijk verwacht dat diesel sneller aan belang zou verliezen. Inmiddels hebben we onze koers aangepast. Conventionele aandrijvingen blijven belangrijk, ook omdat ze de transformatie mede financieren. Batterij-elektrisch, waterstof en een verder ontwikkelde dieselmotor vormen daarom de drie grote pijlers van onze aandrijfstrategie.”

Dus geen afscheid van de verbrandingsmotor?

“Niet op korte termijn. De werkelijkheid is wereldwijd simpelweg veel gevarieerder dan sommige Europese discussies doen vermoeden.”

Wat zien we behalve aandrijflijnen nog meer op de IAA?

“Veiligheid is een belangrijk thema. We laten nieuwe systemen zien die bijvoorbeeld gevaarlijke situaties op kruisingen beter kunnen herkennen en de chauffeur kunnen ondersteunen bij het afslaan. Daarnaast presenteren we een speciaal model ter gelegenheid van 130 jaar truck. Het combineert onze historie met moderne technologie en draagt het motto ‘Legacy Meets Passion’.

Verder tonen we alles rondom de truck: telematica, servicecontracten, werkplaatsdiensten en ondersteuning bij de aanleg van laadinfrastructuur op klantlocaties. Het gaat dus om een breed portfolio en om de technologische transformatie van de hele sector.”

Dan komen we automatisch bij de politieke randvoorwaarden. In 2025 was slechts ongeveer twee procent van de Europese zware truckmarkt elektrisch. Om aan de regelgeving te voldoen zou dat richting 35 procent in 2030 moeten gaan. Is dat realistisch?

“Dat is zeer ambitieus. Wij hebben de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in nieuwe producten. Zowel Mercedes-Benz Trucks als onze concurrenten hebben inmiddels een breed aanbod.

Maar de noodzakelijke randvoorwaarden zijn nog onvoldoende ontwikkeld.”

Wat ontbreekt er vooral?

“Infrastructuur. Europa beschikt momenteel over iets minder dan 2.000 openbare laadpunten voor trucks. Om een elektrisch marktaandeel van 35 procent mogelijk te maken, hebben we naar onze schatting ongeveer 35.000 krachtige trucklaadpunten nodig en meer dan 1.000 waterstoftankstations.

Daar zijn we nog lang niet.

De truckfabrikanten hebben hun huiswerk gedaan aan de productkant. Maar zonder infrastructuur kunnen die trucks niet op de gewenste schaal worden ingezet.”

Is infrastructuur het enige probleem?

“Nee. Het businessmodel voor onze klanten is minstens zo belangrijk. Uiteindelijk draait het om de kosten per kilometer. Vanuit total cost of ownership moet een elektrische truck ten minste vergelijkbaar zijn met een dieseltruck.

Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en ook Nederland ondersteunen zero-emission trucks bijvoorbeeld via hun tolsystemen. In veel andere Europese landen ontbreken zulke prikkels of zijn ze onvoldoende. Ook de energieprijzen verschillen sterk.”

Wat verwacht u concreet van politici?

“Ten eerste moet de infrastructuur voor batterij-elektrische trucks en waterstof veel sneller worden uitgerold. Ten tweede moet de Europese CO₂-regelgeving eerder worden geëvalueerd.

Als de doelstellingen ongewijzigd blijven terwijl de noodzakelijke randvoorwaarden ontbreken, kunnen Europese fabrikanten met aanzienlijke boetes worden geconfronteerd. Dat geld kunnen we vervolgens niet investeren in decarbonisatie en nieuwe technologie. Dit gaat overigens niet alleen over Daimler Truck. Drie van de grootste truckfabrikanten ter wereld hebben hun basis in Europa. Als we de transformatie niet combineren met het concurrentievermogen van onze industrie, schieten we onszelf uiteindelijk in de voet. We hebben daarom een geïntegreerde aanpak nodig waarin transport-, energie- en industriebeleid op elkaar aansluiten.”

Veel bedrijven laten inmiddels zien dat elektrisch transport werkt, bijvoorbeeld met distributie in de regio. Moeten we daar niet eerst op inzetten voordat we een Europees laadnetwerk voor langeafstandstransport bouwen?

“We moeten beide doen. Voor regionaal transport en zware distributie bieden we bijvoorbeeld de eActros 400. Die kan ’s nachts op het depot worden geladen. Tegelijkertijd voorziet AFIR in laadinfra langs de belangrijkste Europese transportcorridors. Die infrastructuur is essentieel voor langeafstandstransport. Maar ook laden op het depot kent uitdagingen. Veel trucks moeten ’s nachts tegelijkertijd worden geladen, terwijl ruimte en netcapaciteit beperkt zijn. Waterstof kan voor bepaalde toepassingen aantrekkelijk zijn omdat tanken aanzienlijk sneller gaat. Een zero-emission aandeel van 35 procent in 2030 is zeer ambitieus. Daarna worden de eisen nog hoger. We hebben dus zowel lokale oplossingen als krachtige infrastructuur langs de hoofdtransportassen nodig.”

Een heel andere groeimarkt is defensie. Mercedes-Benz Trucks heeft aangekondigd daar fors te willen groeien.

“Tijdens onze Capital Market Day hebben we aangekondigd dat we de omzet uit defensie willen verhogen naar één miljard euro in 2030. Inmiddels verwachten we dat doel al in 2028 te bereiken. Vergeleken met de totale omzet van Mercedes-Benz Trucks is defensie nog altijd relatief klein, maar de groei is sterk omdat veel landen hun defensiebudgetten verhogen. Met de Unimog en Zetros hebben we voertuigen die al jarenlang worden ingezet en gewaardeerd, zeker voor militaire logistiek. De afgelopen jaren hebben we bovendien fors geïnvesteerd in tenders.”

Wat maakt defensie anders dan de reguliere truckmarkt?

“Je moet veel eerder bij een aanbesteding betrokken zijn en rekening houden met lange procedures. Die kunnen jaren duren. Daar staat vaak een groter volume tegenover. Daarnaast is er een langdurige servicebusiness. Sommige militaire voertuigen blijven vijftien tot twintig jaar of zelfs langer in bedrijf. Dat betekent ook gedurende lange tijd service-inkomsten. Omdat het een wereldwijde activiteit is, hebben we Daimler Truck Defence geïntroduceerd als overkoepelend merk. Onder die naam willen we deze activiteiten verder ontwikkelen.”

U leidt Mercedes-Benz Trucks in een periode waarin het bedrijf 130 jaar truckgeschiedenis viert. Welke momenten uit die geschiedenis spreken u persoonlijk het meest aan?

“Allereerst vind ik het bijzonder dat de uitvinding van de truck heeft geleid tot een complete industrie die nog steeds de ruggengraat van onze samenleving vormt. In mijn loopbaan heb ik bovendien vaak gezien dat onze sector niet alleen producten levert aan samenlevingen, maar ook bijdraagt aan hun economische ontwikkeling. Een voorbeeld is onze eerste CKD-fabriek in Argentinië, die meer dan zeventig jaar geleden werd geopend. In Brazilië zijn we eveneens al zeventig jaar actief. Door lokaal te produceren creëren we banen, ontwikkelen we kennis en bieden we mensen kansen. Natuurlijk zijn we als onderneming ook gewoon bezig om commercieel succesvol te zijn. Maar tegelijkertijd kunnen we bijdragen aan welvaart, opleiding en ontwikkeling. Dat vind ik persoonlijk zeer waardevol.”

U spreekt over een wereldwijde familie. Hoe belangrijk is die internationale organisatie?
“‘Ik ben onder de indruk van de passie voor onze klanten en ons bedrijf. Of je nu collega’s ontmoet in Duitsland, Brazilië, Dubai, India of Singapore: het voelt een beetje alsof je thuiskomt. We zijn een wereldwijde familie.”

Welke technologische mijlpalen vindt u belangrijk?

“Mercedes-Benz Trucks heeft de ontwikkeling van veiligheidssystemen decennialang vormgegeven. Ongevallen voorkomen en het wegtransport veiliger maken behoren tot de kern van ons merk. Een andere mijlpaal is de Actros, die zijn dertigste verjaardag viert. Die truck heeft niet alleen het imago van Mercedes-Benz Trucks, maar ook de ontwikkeling van de hele bedrijfswagenindustrie beïnvloed.”

Tegelijkertijd komen steeds meer Chinese en andere wereldwijde truckfabrikanten naar Europa. Hoe goed is Mercedes-Benz Trucks daarop voorbereid?

“Concurrentie is in principe goed voor een bedrijf, zolang die onder eerlijke voorwaarden plaatsvindt en iedereen op een gelijk speelveld opereert. Ik neem iedere concurrent serieus. Ook als pionier en innovatieleider kun je het je niet veroorloven om zelfgenoegzaam te worden. Je moet om je heen blijven kijken, de markt met open ogen volgen en jezelf afvragen wat je van anderen kunt leren. We hebben in tientallen jaren een sterk merk, een wereldwijd verkoop- en servicenetwerk en langdurige klantrelaties opgebouwd. Dat zijn belangrijke fundamenten voor de toekomst. Maar ze zijn geen garantie dat we succesvol blijven als we simpelweg doorgaan zoals we het altijd hebben gedaan. We moeten blijven leren en verbeteren.”

Verbeteren betekent ook kosten verlagen. Karin Rådström heeft een omvangrijk kostenbesparingsprogramma aangekondigd. Hoe staat het met dat ‘fitnessprogramma’?

“Onze strategie rust op twee pijlers. De eerste is investeren in de toekomst en in groeigebieden voor onze klanten. Dat zijn onder meer nieuwe producten, ons eigen verkoop- en servicenetwerk en defensie. De tweede pijler is een robuust bedrijfsmodel. We moeten onze producten en diensten tegen concurrerende kosten kunnen aanbieden. Op basis van uitgebreide benchmarkanalyses hebben we gekeken waar in Europa verbeteringen mogelijk zijn. Die voeren we nu door. Ons doel is om uiterlijk in 2030 jaarlijks meer dan één miljard euro aan structurele kosten te besparen. We liggen op koers om dat te bereiken. Beide pijlers zijn noodzakelijk. We hebben een gezonde economische basis nodig, maar tegelijkertijd voldoende financiële slagkracht om in de toekomst te blijven investeren.”

En daar komen nogal wat investeringen aan. Euro 7, de omschakeling naar nieuwe aandrijflijnen en bijvoorbeeld Direct Vision vragen veel geld, waaronder mogelijk voor een compleet nieuwe cabine. Hoe houd je dat allemaal betaalbaar?

‘”echnologische transformatie en investeren in verschillende technologieën voor de toekomst zijn kernonderdelen van ons bedrijfsmodel. We werken intensief aan de onderwerpen die u noemt en investeren daar uiteraard ook in. Meer details zullen we op het juiste moment bekendmaken. Die investeringen zijn noodzakelijk om onze kernmarkten ook in de toekomst te kunnen bedienen met de producten die onze klanten nodig hebben. Uiteindelijk is dat waar het om draait.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Zorg dat je niets mist. Abonneer je nu op TTM.nl. Abonneer